Een lezende schrijver, een schrijvende lezer...

Na de crash

Dit korte SF/horror-verhaal speelt zich af op aarde, maar gaat over een heel bijzonder, buitenaards huisdier. Ik haalde er de zesde plaats mee bij de Unleash Award van het voorjaar van 2007. Daarmee was ik de hoogste binnenkomer c.q. nieuweling aan de wedstrijd, wat me een heerlijke fles wijn opleverde!

De klap volgde op een moment van puur genieten. De Verzorger omvatte hem aan alle kanten en kneedde zijn lijf, terwijl kirrende geluidjes aan hem ontsnapten. Knorrend genoot hij van het interwezenlijk contact, dat deze keer echter bijzonder kort duurde. De ruimte waarin ze zich bevonden, begon te schudden en te trillen, een snerpend geluid teisterde zijn gehoor en eindigde abrupt, tegelijk met de klap.

Hij moest echt even bijkomen. De geuren rondom hem waren uitermate indringend. Hij schakelde zijn zicht in en nam de omgeving in zich op. Het duurde even voor hij gewend was aan de scherpte van de kleuren. Laag zag hij voornamelijk groen, bruin en felgeel, terwijl boven hem een helder blauwe kleur overheerste, afgewisseld met wat beweeglijk wit. De lucht die tot hem kwam, was totaal anders dan hij gewend was. Desondanks nam zijn luchttoevoer deze zonder problemen op.  

Lees hier verder: http://www.fantastiek.com/page129/page126/page126.html

Het spoor bijster

Ook hier speelt de vraag: is dit horror, of ontbreekt daarvoor het fantastische element? Het antwoord is duidelijk, toch wil ik benadrukken dat een verhaal zo'n element niet hoeft te hebben om afschuw te kunnen wekken...

“Geloof me, het is niet mijn idee, maar er is niets aan te doen. De grond is van ProRail, jullie hebben deze alleen maar in bruikleen. De directie heeft al toegezegd dat jullie allemaal schadeloos gesteld worden, precies zoals in de schriftelijke bevestiging van de procedure staat. Iedereen krijgt een mooi bedrag ter compensatie.”
De neerbuigende blik op het gezicht van de inspecteur van ProRail ergerde de bejaarde Mien mateloos. Dat kwam hier zomaar aanlopen, met een air van jewelste, om tegen haar en de hier verzamelde buurtjes te zeggen dat - hoe jammer hij het ook vond voor hen en ondanks hun bezwaren - alles toch tegen de vlakte moest. De graafmachines en bulldozers zouden over een week komen om de hele boel overhoop te gooien.
“Ja, en iedereen krijgt evenveel! Dat is toch oneerlijk? Sommigen hebben nooit wat aan hun tuintje gedaan, terwijl anderen er bloed, zweet en tranen hebben liggen,” gromde buurman Bas Slootkant.
Zijn woorden stuurden een niet onaangename rilling over Miens ruggengraat. Bas moest eens weten hoe waar zijn woorden waren.
De man van ProRail haalde zijn schouders op. “Het is niet anders. Maar zeg nou zelf: het is een meer dan redelijk bedrag. Zorg er alsjeblieft voor dat aan het eind van de komende week alles van waarde hier weg is, dan kan de klus zonder problemen geklaard worden.”
En daarmee was de kous af.
De buurtjes mopperden flink en ook Miens echtgenoot Anton deed volop mee. Hij leunde op zijn hark, zijn mond verbeten, zijn blauwe ogen venijnig. Ondanks zijn hoge leeftijd oefende hij nog steeds aantrekkingskracht op Mien uit. Zij kende de kracht van zijn schonkige lijf, de slagkracht van zijn nog altijd gespierde armen. Anton tilde zijn hark op en spuugde op de grond, vlak voor de voeten van de inspecteur. Diens vernietigende blik zocht contact met de harde ogen van de gepensioneerde slager en hij opende zijn mond om iets te zeggen.

Lees hier verder: http://www.fantastiek.com/page129/page13/page13.html